Beroepsinkomen

  • Netto beroepsinkomen werkende bevolking gemiddeld op 2.317 euro per maand

    In 2019 lag het netto beroepsinkomen van de Vlaamse werkende bevolking van 20 tot 64 jaar gemiddeld op 2.317 euro per maand. In 2006 ging het om 2.189 euro per maand. Tussen 2006 en 2019 steeg het netto beroepsinkomen met bijna 6% of 0,4% per jaar. Het gaat om bedragen in reële termen, wat wil zeggen dat ze gecorrigeerd zijn voor de inflatie. 

    Het betreft het netto beroepsinkomen van de werkenden van 20 tot 64 jaar die in het jaar voorafgaand aan de enquête minstens 3 voltijds equivalente maanden hebben gewerkt, uitgedrukt per maand. Daarbij zijn de directe belastingen en bijdragen voor de sociale zekerheid in mindering gebracht. 

  • Meer personen met hoger beroepsinkomen in 2019 dan in 2006

    Algemeen gezien hadden in 2019 meer personen een hoger beroepsinkomen dan in 2006.  

    In 2019 lag het beroepsinkomen bij 40% van de werkenden van 20 tot 64 jaar (die minstens 3 voltijds equivalente maanden hebben gewerkt) lager dan 2.000 euro per maand. In 2006 lag dat aandeel op 50%. De groep met 1.000 tot 2.000 euro per maand telde in 2019 32% van de bevolking, in 2006 41%. Bij 8% van de werkenden lag het beroepsinkomen in 2019 lager dan 1.000 euro, tegenover 9% in 2006.  

    Iets meer dan 17% had in 2019 een beroepsinkomen van meer dan 3.000 euro per maand. In 2006 was dat 15%. 

  • Sterkere toename van beroepsinkomen bij vrouwen

    Het beroepsinkomen van werkende mannen lag in 2019 op 2.593 euro. Dat is 4% hoger dan in 2006. Bij werkende vrouwen nam het beroepsinkomen veel sterker toe (+13%) en lag het in 2019 op 2.014 euro in 2019 (+13%). 

    Het verschil in beroepsinkomen tussen mannen en vrouwen verminderde daardoor van 730 euro per maand in 2006 tot 579 euro in 2019 (-21%).  

  • Laagste beroepsinkomen bij 20- tot 34-jarigen

    Het gemiddelde beroepsinkomen van werkenden van 20 tot 34 jaar lag in de hele periode 2006-2019 veel lager dan dat van de oudere leeftijdsgroepen. In 2019 bedroeg het 1.932 euro per maand.  

    Bij de 3 oudere leeftijdsgroepen blijven de verschillen beperkt. Het beroepsinkomen lag in 2019 het hoogst bij de 45- tot 54-jarigen (2.516 euro).  

    Tussen 2006 en 2019 steeg het beroepsinkomen het sterkst bij de 55- tot 64-jarigen (+11%), gevolgd door de 45- tot 54-jarigen (+9%). Bij de 20- tot 34-jarigen en de 55- tot 64-jarigen steeg het beroepsinkomen met 4%. 

  • Veel hoger beroepsinkomen bij hooggeschoolden

    Er zijn in het beroepsinkomen van de werkende bevolking van 20-64 jaar grote verschillen naar onderwijsniveau. Het netto beroepsinkomen van hooggeschoolden lag in 2019 gemiddeld op 2.651 euro per maand. Bij middengeschoolden ging het om 1.988 euro per maand en bij laaggeschoolden 1.788 euro. 

    In vergelijking met 2006 nam het netto beroepsinkomen bij hooggeschoolden het sterkst toe (+3%). Bij middengeschoolden (+2%) en laaggeschoolden (+1%) steeg het iets minder. 

  • Lager beroepsinkomen bij werkenden met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2019 verdienden werkende personen met hinder wegens een handicap of een langdurig gezondheidsprobleem gemiddeld 2.037 euro per maand. Bij personen zonder hinder ging het om 2.361 euro per maand.  

    Het beroepsinkomen steeg tussen 2006 en 2019 bij personen met hinder (+15%) sterker dan bij personen zonder hinder (+7%).

  • Lager beroepsinkomen bij personen geboren buiten EU

    In 2019 lag het netto beroepsinkomen bij personen die buiten de Europese Unie (EU) zijn geboren gemiddeld op 1.825 euro per maand. Bij personen geboren in België bedroeg het 2.362 euro. Het beroepsinkomen van personen geboren in een ander EU-land dan België lag op 2.221 euro. 

    Het beroepsinkomen van personen geboren buiten de EU steeg tussen 2009 en 2019 met 3%. Bij personen geboren in de EU steeg het eveneens met 3% en bij de personen geboren in België met 6%. 

  • Laagste beroepsinkomen in Waals Gewest

    In 2019 lag het gemiddeld netto beroepsinkomen in het Vlaamse Gewest (2.317 euro per maand) ongeveer even hoog als in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (2.320 euro). Het lag beduidend hoger dan in het Waalse Gewest (2.131 euro).   

    Het beroepsinkomen in het Vlaams Gewest steeg met 6% in de periode 2006-2019. In het Waalse Gewest daalde het met bijna 1% en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest met 10%. 

Bronnen

Statbel: EU-SILC-survey

Definities

Beroepsinkomen: de totale vergoeding (in geld of natura) die een werkende persoon (werknemer of zelfstandige) ontvangt voor de geleverde/verkochte professionele arbeid, goederen en diensten, in zijn hoofdactiviteit en nevenactiviteit(en) samen. In de berekening van het beroepsinkomen wordt hier enkel rekening gehouden met de werkenden die in het jaar voorafgaand aan de enquête minstens 3 voltijds equivalente maanden hebben gewerkt.

Publicatiedatum

17 december 2020

Volgende update

augustus 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies