Bevolking naar positie in het huishouden

  • Minder samenwonenden met partner en kind(eren)

    Begin 2021 woonden 3,29 miljoen inwoners van het Vlaamse Gewest samen met een partner, al dan niet met inwonende kinderen. Daarnaast woonden er 1,89 miljoen personen als kind (ongeacht de leeftijd) bij 1 of 2 ouders (of ouder en partner van de ouder). Ruim 928.000 personen woonden alleen. Er waren bijna 236.000 alleenstaande ouders. 

    Het percentage inwoners dat begin 2021 met een partner en zonder kinderen woonde was even groot als het percentage dat met een partner en met 1 of meer kind(eren) samenwoonde (telkens 25%). De groep kinderen die bij 2 ouders woonde was iets kleiner (23%). 

    Sinds 2000 daalt het percentage volwassenen dat met een partner en met 1 of meer kinderen samenwoont, evenals het percentage kinderen dat bij 2 ouders woont. Het percentage dat zonder kinderen met een partner samenwoont, dat alleen woont en dat als kind bij 1 ouder woont is gestegen. De trends van de voorbije jaren zetten zich verder, maar zijn afgezwakt. 

  • 3 op 4 samenwonende partners zijn gehuwd

    Bij de volwassenen die begin 2021 samenwoonden met een partner, woonden er 3 op de 4 gehuwd samen en woonde er 1 op de 4 ongehuwd samen.

    De ene helft van de samenwonende partners had inwonende kinderen, de andere helft niet. Dit was het geval zowel bij diegenen die gehuwd samenwoonden als bij diegenen die ongehuwd samenwoonden met een partner.

    Bij de volwassenen die met 1 of meer kinderen (ongeacht de leeftijd) samenwoonden, waren er bijna 2 op de 3 gehuwde ouders (of ouder en partner van ouder).

  • Gehuwde partners en gehuwde ouders nog steeds meest voorkomend

    Van alle 0- tot 17-jarigen woonden er begin 2021 bijna 6 op de 10 bij een gehuwd paar. 25% woonde bij een ongehuwd paar en 15% bij een alleenstaande ouder.

    Volwassenen van 18 tot 64 jaar namen uiteenlopende posities in het huishouden in. De grootste groep (28%) woonde gehuwd samen met een partner en met 1 of meer kind(eren). Daarnaast woonde 10% tot 14% als kind bij een gehuwd paar, alleen, gehuwd met een partner zonder kinderen, ongehuwd met een partner zonder kinderen of met kind(eren).

    Bij de volwassenen van 65 jaar en ouder woonde ruim de helft gehuwd samen met een partner zonder kinderen. Ruim een kwart woonde alleen.

  • Concentraties van gezinnen in elke provincie

    In het Vlaamse Gewest woonde begin 2021 minstens 57% van de bevolking in gezinsverband. Het gaat om kinderen (ongeacht hun leeftijd) die bij 1 of 2 ouders wonen en om volwassenen die samenwonen met 1 of meer kinderen.

    In elke provincie waren er enkele gemeenten waar meer in gezinsverband werd geleefd dan gemiddeld genomen. Ook in de brede rand rond Brussel kwam leven in gezinsverband vaker voor (>60%) dan gemiddeld. In de kustgemeenten was dit veel minder het geval (35 tot 45%).

  • Minder alleenwonenden en alleenstaande ouders in Vlaams Gewest dan in andere gewesten

    Het Vlaamse Gewest onderscheidde zich begin 2021 van de andere gewesten door een iets lager percentage alleenwonenden, alsook door een iets lager percentage kinderen bij een alleenstaande ouder.

    Het percentage gehuwd samenwonende partners (zonder of met inwonende kinderen) lag hoger in het Vlaamse Gewest dan in de andere gewesten. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest waren er het meest alleenwonenden.

  • Percentage alleenwonenden in Vlaams Gewest onder Europees gemiddelde

    In het Vlaamse Gewest lag het percentage alleenwonenden in 2019 iets lager dan het gemiddelde van de landen van de Europese Unie (EU). Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest behoorde net als de Scandinavische landen en Duitsland tot de groep met het hoogste percentage alleenwonenden.

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: Structuur van de bevolking

Statbel: Bevolking

Eurostat: EU-SILC Survey

 

Publicatiedatum

7 juli 2021

Volgende update

juli 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies