Huishoudinkomen

  • Huishoudinkomen gemiddeld op 2.442 euro per maand

    In 2020 lag het gemiddelde equivalente huishoudinkomen in het Vlaamse Gewest op 2.442 euro per maand. In 2006 ging het om 2.089 euro per maand. Dat is een stijging in reële termen van ruim 17% of bijna 1,2% per jaar.

    Het gaat hier om het netto equivalente huishoudinkomen per maand, in reële termen. Dat wil zeggen dat alle inkomens van alle leden van het huishouden zijn meegeteld. Bovendien is rekening gehouden met de aftrek van de directe belastingen en bijdragen voor de sociale zekerheid (netto), met de verschillen in samenstelling en grootte van de huishoudens (equivalent) en met de inflatie door weergave in reële prijzen van 2019.  

  • Meer personen in hogere inkomensgroepen in 2020 dan in 2006

    Algemeen gezien bevonden zich in 2020 beduidend meer personen in de hogere inkomensgroepen dan in 2006. Iets meer dan 19% van de bevolking had in 2020 een netto equivalent huishoudinkomen van meer dan 3.000 euro per maand, tegenover bijna 14% in 2006. Bij ruim 5% bedroeg het huishoudinkomen in 2020 meer dan 4.000 euro per maand, in 2006 was dat iets meer dan 3%.  

    In 2020 lag bij 39% van de bevolking het netto equivalente huishoudinkomen lager dan 2.000 euro per maand, tegenover bijna 52% in 2006.  

  • Veel lager huishoudinkomen bij 65-plussers

    Het netto equivalente huishoudinkomen lag in 2020 het hoogst bij de 50- tot 64-jarigen (2.695 euro per maand) en het laagst bij de 65-plussers (2.022 euro).  

    Het inkomen van de 65-plussers lag in de hele periode 2006-2020 veel lager dan bij de jongere leeftijdsgroepen. Tegenover 2006 was de stijging bij de 65-plussers wel het grootst (+30%), bij de groep van 0 tot 14 jaar het kleinst (+13%).  

  • Hooggeschoolden hebben veel hoger huishoudinkomen

    Het netto equivalente huishoudinkomen van hooggeschoolden lag in 2020 gemiddeld op 2.916 euro per maand. Bij middengeschoolden ging het om 2.327 euro en bij laaggeschoolden om 1.809 euro. 

    Tussen 2006 en 2020 nam het huishoudinkomen bij laaggeschoolden toe met 11%, bij middengeschoolden met ruim 14% en bij hooggeschoolden met 10%.  

  • Lager huishoudinkomen bij personen met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2020 bedroeg het netto equivalente huishoudinkomen van personen met hinder wegens een handicap of een langdurig gezondheidsprobleem gemiddeld 2.031 euro per maand. Bij de personen zonder hinder ging het om 2.592 euro. 

    Het huishoudinkomen is tussen 2006 en 2020 iets sterker gestegen bij personen met hinder (+18%) dan bij personen zonder hinder (+16%).  

  • Lager huishoudinkomen bij personen geboren buiten EU

    In 2020 lag het netto equivalente huishoudinkomen van personen die buiten de Europese Unie (EU) zijn geboren gemiddeld op 1.910 euro per maand. Bij de personen geboren in België ging het om 2.512 euro en bij personen geboren in een ander EU-land dan België om 2.234 euro. 

    Het huishoudinkomen van personen geboren buiten de EU steeg tussen 2006 en 2020 met ruim 14%. Bij personen geboren in België was er een toename met 19% en bij personen geboren in de EU (buiten België) met 9%.  

  • Huishoudinkomen in Vlaams Gewest iets hoger dan in Duitsland en Nederland

    Het Vlaamse Gewest had in 2019 met gemiddeld 2.048 euro uitgedrukt in koopkrachtstandaard (KKS) een hoger huishoudinkomen dan het Waalse  Gewest (1.808 euro KKS) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (1.702 euro KKS).  

    Het gemiddelde huishoudinkomen in het Vlaamse Gewest lag in 2019 iets lager dan in Oostenrijk en Denemarken en iets hoger dan in Duitsland en Nederland.  Er zijn zeer grote verschillen in het netto equivalente huishoudinkomen tussen de landen van de Europese Unie (EU). Luxemburg had in 2019 met gemiddeld 2.870 euro KKS per maand veruit het hoogste huishoudinkomen, gevolgd door Denemarken (2.141 euro KKS), Oostenrijk (2.111 euro KKS) en Duitsland (1.998 euro KKS). Roemenië (698 euro KKS) kende het laagste huishoudinkomen per maand, voorafgegaan door Hongarije (859 euro KKS) en Bulgarije (894 euro KKS).  

Bronnen

Statbel: EU-SILC-survey 
Eurostat: Database

Definities

Huishoudinkomen: het beschikbaar huishoudinkomen omvat alle inkomsten van de huishoudleden uit economische activiteit, uit vermogen, uit eigendom en uit sociale transfers (sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen).

Equivalent huishoudinkomen: om het mogelijk te maken het inkomen van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling met elkaar te vergelijken, wordt het totale huishoudinkomen gestandaardiseerd. Dat gebeurt door het totale huishoudinkomen te delen door een equivalentiefactor. Het eerste lid van het huishouden krijgt een gewicht van 1. Voor elke bijkomende persoon van 14 jaar en ouder in het huishouden wordt die factor verhoogd met 0,5 en voor elk kind jonger dan 14 jaar met een factor 0,3. Vervolgens wordt aan elk lid van het gezin een gelijk deel van het huishoudinkomen toegewezen, met name het totale huishoudinkomen gedeeld door de equivalentiefactor.

Koopkrachtstandaard (KKS): door een monetaire grootheid in euro koopkrachtstandaard (KKS) uit te drukken is een correcte internationale vergelijking mogelijk. Zo wordt gecorrigeerd voor de bestaande prijsverschillen voor dezelfde goederen en diensten tussen landen.

 

Publicatiedatum

5 augustus 2021

Volgende update

augustus 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies