ILO-werkloosheidsgraad

  • ILO-werkloosheidsgraad in Vlaams Gewest op 3,5%

    In 2020 bedroeg de ILO-werkloosheidsgraad in het Vlaamse Gewest 3,5%. Het gaat om het aandeel werklozen in de beroepsbevolking van 15 tot 64 jaar. Met beroepsbevolking wordt de som bedoeld van de werkenden en de werklozen.

    De werkloosheidsgraad schommelde in de periode 1999-2017 rond 4,5%. Vanaf 2018 lag die duidelijk lager. In 2003 lag de werkloosheidsgraad met 5,7% het hoogst, in 2019 met 3,3% het laagst.  

  • Werkloosheidsgraad bij mannen en vrouwen nagenoeg gelijk

    In 2020 was de werkloosheidsgraad nagenoeg gelijk bij mannen (3,5%) en vrouwen (3,6%). Tussen 1999 en 2008 lag de werkloosheidsgraad van mannen lager dan die van vrouwen. Van 2008 tot 2014 was het verschil tussen mannen en vrouwen zo goed als verdwenen. Na 2014 was er weer een klein verschil merkbaar, maar vanaf 2018 was de werkloosheidsgraad van mannen en vrouwen weer bijna gelijk.

  • Hogere werkloosheidsgraad bij 15-34-jarigen dan bij andere leeftijdsgroepen

    De werkloosheidsgraad lag bij 15- tot 34-jarigen in 2020 op 5,6%, iets hoger dan in 2019 toen het laagste percentage sinds 1999 werd genoteerd. De werkloosheidsgraad lag bij deze leeftijdsgroep in de periode 1999-2020 duidelijk hoger dan bij de 35- tot 49-jarigen en de 50-plussers. De curve van de jongeren vertoont ook grotere schommelingen.

    Bij de 35- tot 49-jarigen bedroeg de werkloosheidsgraad in 2020 2,6% en bij de 50- tot 64-jarigen 2,5%. Voor beide groepen lag dat cijfer iets hoger dan in 2018 en 2019. De curve van deze leeftijdsgroepen kende in de periode 1999-2020 grotendeels eenzelfde verloop, met schommelingen tussen 2,3% en 4,8%.

  • Werkloosheidsgraad hoger bij laaggeschoolden

    Bij de 25- tot 64-jarigen bedroeg in 2020 de werkloosheidsgraad van laaggeschoolden 4,8%. In 2015 lag dat percentage nog op 8,8%. Bij middengeschoolde personen lag de werkloosheidsgraad in 2020 op 2,9%, even hoog als in 2019. Bij hooggeschoolden lag de werkloosheidsgraad in 2020 op 2,4%, 0,6 procentpunt hoger dan in 2019.

    In de periode 1999-2020 lag de werkloosheidsgraad bij laaggeschoolden continu hoger dan bij de midden- en hooggeschoolden. De schommelingen doorheen de tijd zijn ook groter bij laaggeschoolden.

  • Hoogste werkloosheidsgraad bij alleenstaande ouders

    In 2020 lag de werkloosheidsgraad bij alleenstaanden zonder kinderen ten laste op 5,8%, tegenover 7,6% in 2012 en 4,7% in 2019. Bij alleenstaanden met kinderen daalde de werkloosheidsgraad van 9,2% in 2012 tot 5,8% in 2020. De werkloosheidsgraad bij alleenstaanden lag in de periode 2012-2020 duidelijk hoger dan bij personen met een partner.

    Koppels zonder kinderen ten laste kenden in 2020 een werkloosheidsgraad van 2,0%, tegenover 3,1% in 2012. Bij koppels met kinderen ten laste daalde de werkloosheidsgraad van 3,7% in 2012 tot 2,5% in 2019 maar steeg die daarna weer tot 3,1% in 2020.

  • Hogere werkloosheidsgraad bij personen met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2020 lag de werkloosheidsgraad bij personen met hinder wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem op 5,4%, tegenover 11,4% in 2009. Bij personen zonder hinder daalde de werkloosheidsgraad van 4,5% in 2009 tot 3,3% in 2020.

  • Hogere werkloosheidsgraad bij personen geboren buiten de EU

    In 2020 lag de werkloosheidsgraad bij personen geboren in België op 2,9%, tegenover 3,9% in 2007. Bij personen geboren in een ander land van de Europese Unie (EU28) daalde de werkloosheidsgraad van 6,9% in 2007 tot 4,4% in 2019 maar steeg die weer tot 5,2% in 2020. Bij personen geboren buiten de EU28 lag de werkloosheidsgraad veel hoger in de periode 2007-2016. Daarna daalde die van 12,4% in 2017 tot 9,5% in 2020.

  • Vlaamse werkloosheidsgraad onder EU-gemiddelde

    In 2020 lag de werkloosheidsgraad in het Vlaamse Gewest (3,5%) veel lager dan in het Waalse Gewest (7,4%), in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (12,4%) en in België als geheel (5,6%).

    In de Europese Unie (EU27) bedroeg de werkloosheidsgraad gemiddeld 7,2%. Het Vlaamse Gewest scoort beduidend dus beter dan het EU-gemiddelde. Tsjechië had de laagste werkloosheidsgraad (2,6%), gevolgd door Polen (3,2%), Duitsland en Nederland (beide 3,9%). Griekenland (16,5%) kende in 2020 de hoogste werkloosheidsgraad, voorafgegaan door Spanje (15,6%) en Italië (9,4%).

Bronnen

Definities

Beroepsbevolking: de som van de werkenden en werklozen. ILO-werkloosheidsgraad: het aandeel werklozen in de beroepsbevolking van 15 tot 64 jaar, volgens de bepalingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO).

Publicatiedatum

8 april 2021

Volgende update

april 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies