Leerlingenkenmerken

  • Bijna 4 op 10 kleuters en leerlingen lagere school ontvangen schooltoeslag

    In het schooljaar 2019-2020 had 21% van de leerlingen in het gewoon kleuteronderwijs een laagopgeleide moeder en ontving 38% een schooltoelage. Daarnaast had 25% van de kleuters een niet-Nederlandse thuistaal en woonde 27% in een buurt met een hoge mate van schoolse vertraging. Het gaat om de 4 zogenaamde leerlingenkenmerken die het sociale profiel van een school bepalen.

    Deze 4 kenmerken (laagopgeleide moeder, schooltoelage, thuistaal niet-Nederlands en wonen in buurt met een hoge mate van schoolse vertraging) worden de leerlingenkenmerken genoemd. Het zijn deze kenmerken die het sociaal profiel van een school bepalen.

    In het gewoon lager onderwijs waren er in het schooljaar 2019-2020 21% leerlingen met een laagopgeleide moeder, 39% ontving een schooltoeslag, 22% had een niet-Nederlandse thuistaal en 24% woonde in een buurt met een hoge mate van schoolse vertraging. 

    Het aandeel leerlingen met thuistaal niet-Nederlands stijgt sinds schooljaar 2010-2011 duidelijk. Het aandeel dat een schooltoeslag ontvangt, ligt duidelijk hoger dan het aandeel leerlingen met de vroegere schooltoelage. De schooltoeslag maakt deel uit van het nieuwe Groeipakket en vervangt sinds het schooljaar 2019-2020 de schooltoelage. Bij de omvorming naar een schooltoeslag werden de selectiecriteria verruimd en de toekenningsprocedure aangepast. Daardoor nam het aantal leerlingen dat een schooltoeslag krijgt toe. 

  • Leerlingen deeltijds secundair tikken op alle leerlingenkenmerken vaker aan dan leerlingen voltijds secundair

    Er zijn grote verschillen naar leerlingenkenmerken tussen het voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds secundair onderwijs. Bij alle leerlingenkenmerken ligt het aandeel leerlingen dat minder gunstig scoort hoger in het deeltijds dan in het voltijds onderwijs. 

    Het verschil is het grootst bij de leerlingen met een laagopgeleide moeder. In het schooljaar 2019-2020 lag dat aandeel 2,5 keer zo hoog in het deeltijds als in het voltijds secundair onderwijs. Het aandeel leerlingen met de andere kenmerken lag er telkens 1,7 keer zo hoog. 

  • Leerlingen onthaalklas anderstalige nieuwkomers en bso tikken vaakst aan

    Leerlingen in de onthaalklas anderstalige nieuwkomers en in het beroepssecundair onderwijs (bso) tikken het vaakst aan op de leerlingenkenmerken. Leerlingen uit het algemeen secundair onderwijs (aso) tikken het minst vaak aan. 

    In de onthaalklas ligt het aandeel leerlingen met een laagopgeleide moeder bijna 6 keer zo hoog als in het aso. Uiteraard is de thuistaal er ook vaker niet het Nederlands.  

    Ook in het bso hebben leerlingen vaker een laagopgeleide moeder dan in het aso. Het aandeel met een laagopgeleide moeder ligt er bijna 4 keer zo hoog als in het aso. Leerlingen in het bso ontvangen ook vaker een schooltoeslag. Het aandeel leerlingen met een schooltoeslag ligt er ruim 2 keer zo hoog als in het aso. 

  • Leerlingen uit Brussels Gewest tikken vaker aan dan leerlingen uit Vlaams Gewest

    Leerlingen die wonen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest tikken vaker aan op de leerlingenkenmerken dan leerlingen uit het Vlaamse Gewest. Dat geldt voor alle leerlingenkenmerken en voor alle onderwijsniveaus. Alleen in het deeltijds secundair krijgen leerlingen uit het Brusselse Gewest minder vaak een schooltoeslag dan leerlingen uit het Vlaamse Gewest. Het gaat hier voor beide gewesten enkel om leerlingen ingeschreven in het Nederlandstalige onderwijs. 

Bronnen

Definities

Niet-Nederlandse thuistaal: in het Vlaamse onderwijs is de taal die een leerling in het gezin spreekt niet-Nederlands als de leerling in het gezin met niemand of in een gezin met 3 gezinsleden (de leerling niet meegerekend) met maximum 1 gezinslid Nederlands spreekt. Broers en zussen worden hierbij als 1 gezinslid beschouwd.

Laagopgeleide moeder: een leerling tikt aan op dit leerlingenkenmerk als de moeder maximaal lager secundair onderwijs afgewerkt heeft. Als het opleidingsniveau niet bekend is, tikt de leerling niet aan.

Schooltoeslag/schooltoelage: een leerling tikt aan op dit kenmerk als hij of zij een schooltoeslag of schooltoelage ontvangt. 
De schooltoeslag maakt deel uit van het Groeipakket en vervangt sinds het schooljaar 2019-2020 de schooltoelage. De omvorming naar een schooltoeslag ging gepaard met een aanpassing van de selectiecriteria en de toekenningsprocedures. 

Buurt met een hoge mate van schoolse vertraging:  een leerling tikt aan op dit leerlingenkenmerk als de leerling behoort tot de 25% leerlingen die in de buurten met de hoogste schoolse vertraging wonen. De schoolse vertraging van een buurt is het aandeel van 15-jarige leerlingen in de afgelopen 6 schooljaren met een schoolse vertraging van 2 jaar of meer. Leerlingen die behoren tot de trekkende bevolking en thuislozen tikken altijd aan op deze indicator. 

Publicatiedatum

12 januari 2021

Volgende update

november 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies