Materiaalconsumptie door de economie

  • Materiaalconsumptie door de economie tussen 2002 en 2018 gestegen met 1,5%

    De materiaalconsumptie door de economie steeg tussen 2002 en 2018 weliswaar van 130 miljoen ton naar 132 miljoen ton (+1,5%), maar er was in deze periode geen sprake van een duidelijk stijgende of dalende trend. Van 2002 tot 2011 nam de materiaalconsumptie beperkt toe, gevolgd door een daling tussen 2011 en 2016. In 2017 was er weer een stijging, in 2018 opnieuw een daling. Het gaat om het materiaalgebruik van de binnenlandse productie- en consumptie van de economie van het Vlaamse Gewest, waarbij ook rekening wordt gehouden met de export van materialen.

  • Per inwoner 20,2 ton materiaalconsumptie door de economie in 2018

    De materiaalconsumptie door de economie per inwoner daalde tussen 2002 en 2018 van 21,8 ton per inwoner naar 20,2 ton per inwoner. Dat komt overeen met een daling van 7%.

  • Materiaalproductiviteit lag in 2018 op 1,76 euro per kg

    Door het bruto binnenlands product (bbp) uit te drukken ten opzichte van de materiaalconsumptie door de economie, wordt de materiaalproductiviteit van een regio gemeten: het vermogen om aan dezelfde consumptie te voldoen met minder materiaalverbruik. Een toename in de materiaalproductiviteit duidt op een verbeterde milieuprestatie van de productieketens.

    De materiaalproductiviteit voor het Vlaamse Gewest steeg van 1,39 euro per kilogram (kg) in 2002 tot 1,76 euro per kg in 2018. Voor het Vlaamse Gewest is er daardoor sprake van een relatieve ontkoppeling tussen de materiaalconsumptie en het bbp. Echter, de materiaalconsumptie door de economie kan ook verkleind worden door outsourcing van de materiaalintensieve productiestappen naar het buitenland.

Bronnen

Steunpunt Circulaire Economie in opdracht van OVAM en Departement EWI:

Definities

Materiaalconsumptie door de economie: de materiaalconsumptie (Domestic Material Consumption, DMC) geeft het materiaalgebruik van de binnenlandse productie- en consumptie van een economie weer, waarbij ook rekening wordt gehouden met de export van materialen.

Ontkoppeling: treedt op wanneer de groeisnelheid van een drukindicator (hier materiaalconsumptie door de economie) lager is dan de groeisnelheid van een activiteits- of economische indicator (hier bruto binnenlands product). De ontkoppeling is absoluut als de groei van de drukindicator nul of negatief is. De ontkoppeling is relatief als de groei van de drukindicator positief is, maar minder groot dan die van de activiteits- of economische indicator.

Publicatiedatum

16 december 2021

Volgende update

december 2023

Meer cijfers

Contact

Vorige versies