Schoolse vorderingen

  • 12% leerlingen in lager onderwijs en 23% in secundair heeft schoolse achterstand

    12% van de leerlingen in het lager onderwijs had in het schooljaar 2020-2021 minstens 1 jaar  schoolse achterstand. Het gaat om het totaal voor alle leerjaren samen. Sinds het schooljaar 2011-2012 daalt dat aandeel jaar na jaar.

    In het voltijds gewoon secundair onderwijs had in het schooljaar 2020-2021 23% van de leerlingen minstens 1 jaar schoolse achterstand. Ook dat cijfer geldt voor alle leerjaren samen. In het 2de leerjaar van de 3de graad loopt de schoolse achterstand op tot 30,5%. Ook in het secundair onderwijs is in de meest recente jaren een daling merkbaar.

    Schoolse achterstand is niet noodzakelijk een gevolg van zittenblijven, maar kan ook veroorzaakt worden door een verlate instap of door ziekte.

  • Bijna 1% van leerlingen heeft 2 of meer jaar achterstand in lager onderwijs

    In het lager onderwijs had de grote meerderheid van de leerlingen met schoolse achterstand 1 jaar achterstand. Bijna 1% van het totaal aantal leerlingen had in het schooljaar 2020-2021 een grotere achterstand (2 jaar of meer).

    In het schooljaar 2020-2021 zat 87% van de leerlingen op leeftijd. 1% van de leerlingen had schoolse voorsprong.

    Jongens hebben iets vaker schoolse achterstand dan meisjes. Bij schoolse voorsprong zijn er weinig verschillen tussen jongens en meisjes.

  • Grotere achterstand in bso, tso en kso dan in aso

    In de 1ste graad van het secundair onderwijs had in schooljaar 2020-2021 16% van de leerlingen schoolse achterstand. Na de 1ste graad was dat aandeel het kleinst in het algemeen secundair onderwijs (aso) (10%) en het grootst in het beroepssecundair onderwijs (bso) (54%).

    In het 2de leerjaar van de 3de graad bedroegen deze aandelen 12% voor aso en 57% voor bso.

    Jongens hadden vaker schoolse achterstand dan meisjes in het secundair onderwijs. Voor alle jaren samen bedroegen de aandelen met achterstand 26% bij jongens en 20,5% bij meisjes. In het 2de leerjaar van de 3de graad ging het om 35% bij jongens en 26% bij meisjes.

    De meerderheid van de leerlingen met schoolse achterstand had 1 jaar achterstand. Dat is het geval in alle onderwijsvormen. 2 jaar schoolse achterstand of meer kwam het meeste voor in het bso (12% van het totaal aantal leerlingen). In het kunstsecundair onderwijs (kso) en technisch secundair onderwijs (tso) bedroeg dat aandeel telkens 7%. Deze cijfers gelden voor alle leerjaren samen. In het 2de leerjaar van de 3de graad lagen ze op 15% voor bso en 9% voor tso en kso.

Bronnen

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming:

Definities

Schoolse achterstandschoolse achterstand is het aantal leerjaren vertraging dat een leerling oploopt ten aanzien van het leerjaar waarin hij zich zou bevinden als hij normaal zou vorderen en bij een normale instap.

Publicatiedatum

27 augustus 2021

Volgende update

augustus 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies