Sterfte

  • In eerste 9 maanden van 2021 niet meer overlijdens dan verwacht

    In de loop van 2020 zijn er in totaal 70.919 inwoners van het Vlaamse Gewest overleden (onder de wettelijke bevolking). Dat zijn er 7% meer dan wat er voor 2020 verwacht kon worden, wat wijst op oversterfte. Het gaat om cijfers van het totaal aantal overlijdens voor alle doodsoorzaken samen, niet enkel overlijdens als gevolg van COVID-19.

    De oversterfte lag het hoogst in de maanden april, november en december van 2020. In die maanden waren er duidelijk meer overlijdens dan verwacht. Het verwachte aantal overlijdens is gebaseerd op de gemiddelde sterfte per maand in de jaren 2015-2019, met een aanpassing voor de bevolkingsgroei en wijzigingen in samenstelling van de bevolking naar leeftijd en geslacht.

    Het aantal overlijdens lag in de eerste 9 maanden van 2021 in lijn met de sterfte in de jaren 2015 tot 2019. In geen enkele maand was er sprake van een significant verschil tussen het waargenomen aantal overlijdens en het aantal overlijdens dat verwacht kon worden rekening houdend met de veranderde leeftijdsstructuur van de bevolking in 2021.  

  • Bijna 8.500 meer overlijdens in 2020 dan in 2019

    In de loop van 2020 waren er 70.919 overlijdens. Dat zijn 8.499 overlijdens meer dan in 2019. Die stijging was bijna dubbel zo groot als de totale stijging tijdens de afgelopen 20 jaar: in 2019 waren er 4.918 meer overlijdens dan in 2000. Terwijl de groei van de bevolking en de voortschrijdende vergrijzing een belangrijke rol speelden in de stijging van het aantal overlijdens tussen 2000 en 2019, was de stijging in 2020 voornamelijk te wijten aan COVID-19. 

  • In 2020 meer overlijdens dan geboorten

    In alle jaren tussen 2000 en 2019 waren er minder overlijdens dan geboorten in het Vlaamse Gewest. Dat gaf telkens een positief natuurlijk saldo. In 2020 echter overschreed het aantal overlijdens ruimschoots het aantal geboorten. Er waren 70.919 overlijdens tegenover 62.798 geboorten. Dat resulteert in een sterk negatief saldo van -8.121 eenheden.

  • Daling van het aandeel vroegtijdige sterfte in 2020

    Vroegtijdige sterfte slaat op de overlijdens vóór de leeftijd van 75 jaar. In 2020 vonden 18.593 overlijdens plaats vóór de leeftijd van 75 jaar, wat neerkomt op 26% van het totaal aantal overlijdens. Bij mannen was dat 33%, bij vrouwen 20%. Het aandeel vroegtijdige sterfte lag in 2020 lager dan het jaar voordien: in 2019 vond respectievelijk 35% en 22% van de overlijdens bij mannen en vrouwen plaats vóór 75 jaar.

    Het aandeel van de vroegtijdige sterfte in de totale sterfte is tussen 2000 en 2020 gedaald. De sterkte van die daling zwakte wel enigszins af over de jaren, vooral bij vrouwen tussen 2015 en 2019 

  • Bijna 11 overlijdens per 1.000 inwoners per jaar

    In het Vlaamse Gewest waren er in 2020 10,7 overlijdens per 1.000 inwoners. In het Waalse Gewest lag dit bruto sterftecijfer hoger (12,3 per 1.000 inwoners), in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest lager (9,0 per 1.000 inwoners).

    In de 3 gewesten lag het bruto sterftecijfer in 2020 beduidend hoger dan in voorafgaande jaren. In het Vlaamse Gewest waren er tussen 2000 en 2019 nooit meer dan 10 overlijdens per 1.000 inwoners. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest was er tussen 2000 en 2019 een duidelijke daling van het bruto sterftecijfer.

    Bruto sterftecijfers hangen samen met de leeftijdsopbouw van de bevolking. Anders dan in het Vlaamse en Waalse Gewest was er over de afgelopen jaren een verjonging van de bevolking van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (relatief meer jongeren, minder ouderen), wat de daling van het bruto sterftecijfer in dat gewest mee verklaart. 

  • Grote gemeentelijke variatie in het bruto sterftecijfer in 2020

    Iets minder dan de helft van de steden en gemeenten had in 2020 een bruto sterftecijfer

    hoger dan het gemiddelde voor het Vlaamse Gewest (11 per 1.000 inwoners). Vooral, maar niet uitsluitend in de kustgemeenten, met hun oudere bevolking, werden relatief hoge waarden genoteerd. Gemeenten met een relatief laag bruto sterftecijfers waren er in de noordelijke helft van Limburg, de Noorderkempen en in een uitgebreide regio rond het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

    Van de centrumsteden scoorden Leuven (9), Mechelen (9), Gent (9), Turnhout (10) en Antwerpen (10) lager dan het Vlaamse gemiddelde. Roeselare (11), Hasselt (11), Sint-Niklaas (11), Genk (11), Aalst (12) Brugge (12), Kortrijk (13) en Oostende (15) noteerden bovengemiddelde waarden. 

  • Vlaanderen onder het EU-gemiddelde voor bruto sterftecijfer

    Het Vlaamse Gewest en België scoren voor het bruto sterftecijfer van 2019 lager dan het Europese gemiddelde. Lidstaten met relatief hoge scores zijn Litouwen, Letland en Bulgarije. Lidstaten met lage scores zijn Ierland, Luxemburg en Cyprus. Ten dele weerspiegelt de rangschikking ook de leeftijdsopbouw van de totale bevolking in de lidstaten, met gewoonlijk hoge scores voor landen met een oude bevolking en lage scores voor landen met een jonge bevolking.

    Cijfers voor 2020 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar.

Definities

Natuurlijk saldo: het aantal geboorten min het aantal overlijdens, vaak uitgedrukt per 100 inwoners of per 1.000 inwoners (gemiddelde bevolking = rekenkundig gemiddelde van de bevolking op 1 januari en op 31 december van het jaar).

Overlijdens: het betreft hier enkel het aantal sterfgevallen in de wettelijke bevolking van het Vlaamse Gewest, meer bepaald van personen met een officiële woonplaats (hoofdverblijfplaats) in het gewest. De overlijdens van personen die ingeschreven staan in het wachtregister (zoals voor asielzoekers/verzoekers om internationale bescherming) worden niet meegeteld. 

Bruto sterftecijfer: drukt het aantal overlijdens uit ten opzichte van de (gemiddelde) bevolking van het omschreven grondgebied. Het wordt in de regel uitgedrukt per 1.000 inwoners. Omdat er geen rekening wordt gehouden met de leeftijdsverdeling van de bevolking wordt hier gesproken over een ‘bruto’ sterftecijfer.

Gewoonlijk verblijvende bevolking: de bevolking die zijn gewone verblijfplaats heeft in het land zoals gepubliceerd door het Europese statistiekbureau Eurostat. Personen ingeschreven in het wachtregister voor asielzoekers (verzoekers om internationale bescherming) worden hierin deels meegeteld (naargelang de verblijfsduur).

Wettelijke bevolking: de in het Rijksregister ingeschreven bevolking zoals gepubliceerd door het Belgische statistiekbureau Statbel. Het gaat om inwoners met een recht op permanent verblijf of vestiging in België of met een recht op tijdelijk verblijf (>3 maanden) in het land. De personen ingeschreven in het wachtregister voor asielzoekers (verzoekers om internationale bescherming) worden hierin niet meegeteld.

Vroegtijdige sterfte:overlijdens vóór de leeftijd van 75 jaar (volgens de laatste verjaardag).

Oversterfte: positief verschil tussen waargenomen en verwachte waarde van het maandelijkse aantal overlijdens. De verwachte maandelijkse sterfte volgt uit het gemiddeld aantal overlijdens voor die maand in de jaren 2015-2019, met bijhorende correctie voor de bevolkingsgroei en wijzigingen in de leeftijdsopbouw (leeftijdsgroepen in jaren: 0-24, 25-44, 45-64, 65-74, 75-84, 85 en ouder). Er is statistisch significante oversterfte als de ondergrens van het tweezijdige 95%-betrouwbaarheidsinterval (α = 0,05) rond de geschatte Standardized Mortality Ratio (= waargenomen/verwacht aantal overlijdens) boven de toetswaarde (ratio = 1) uitkomt. 

Publicatiedatum

22 oktober 2021

Volgende update

25 november 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies