Tewerkstelling per sector

  • Gezondheidszorg/maatschappelijke diensten en industrie grootste sectoren

    In 2020 was 16,0% van de werkenden van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest actief in de gezondheidszorg en maatschappelijke diensten en 14,4% in de industrie. Daarmee zijn dit de sectoren met het hoogste aandeel werkenden. Dat blijkt uit de sectorale verdeling van de werkenden in 21 economische sectoren, op basis van de internationale NACE 2008- classificatie.

    De top 5 van sectoren met het hoogste aandeel werkenden van 20 tot 64 jaar werd in 2020 vervolledigd door de groot- en detailhandel en reparatie van voertuigen (13,0%), het onderwijs (9,4%) en de sector openbaar bestuur, defensie en sociale zekerheid (7,0%). 

    Tussen 2009 en 2020 steeg het aandeel van de sector gezondheidszorg en maatschappelijke diensten het sterkst (+2,6 procentpunten) waardoor deze sector in 2020 de grootste was. In 2009 was de industrie nog de grootste sector. De tweede sterkste stijging deed zich voor in de sector administratieve en ondersteunende diensten (+1,3 ppt).  
    De grootste dalingen waren er in de industrie (-2,9 ppt), de sector openbaar bestuur, defensie en sociale zekerheid (-1,2 ppt), in vervoer en opslag (-0,9 ppt) en in de landbouw, bosbouw en visserij (-0,8 ppt).  

    De categorie ‘overige sectoren’ omvat de 6 kleinste sectoren met een aandeel van minder dan 1% van de tewerkstelling: exploitatie en handel onroerend goed; water, afval- en afvalwaterbeheer en sanering; elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht; extraterritoriale organisaties en lichamen; huishoudens en huishoudelijke productie; winning van delfstoffen. 

  • Grote sectorale verschillen tussen mannen en vrouwen

    De grote sectoren met een zeer groot aandeel mannen waren in 2020 de bouwnijverheid (89,3% mannen), de sector vervoer en opslag (77,2%) en de industrie (76,2%). Ook in enkele kleinere sectoren lag het aandeel mannen veel hoger dan het aandeel vrouwen: informatie en communicatie (74,9%) en landbouw, bosbouw en visserij (67,4%).  

    De typisch vrouwelijke sectoren zijn de gezondheidszorg en maatschappelijke diensten (82,2% vrouwen), het onderwijs (71,3%) en de andere diensten (67,5%).  

    In de overige sectoren is het verschil tussen het aandeel van mannen en vrouwen klein tot zeer klein: van 54,3% mannen in de sector groot- en detailhandel en reparatie van voertuigen tot 49,9% in de sector accommodatie en maaltijden en tot 46,4% in de sector administratieve en ondersteunende diensten. 

    De 6 kleinste sectoren zijn niet opgenomen in de grafiek. 

  • Grote sectorale verschillen naar onderwijsniveau

    In een aantal sectoren lag het aandeel hooggeschoolden bij 25- tot 64-jarigen in de periode 2019-2020 veel hoger dan het aandeel laag- en middengeschoolden. Het gaat om het onderwijs (86,4% hooggeschoolden), de vrije beroepen, wetenschappelijke en technische activiteiten (82,0%), de financiële activiteiten en verzekeringen (80,6%) en de sector informatie en communicatie (77,7%).

    Relatief meer middengeschoolden waren actief in de sectoren landbouw, bosbouw en visserij (57,9%), bouwnijverheid (56,7%), accommodatie en maaltijden (54,1%), vervoer en opslag (54,0%), groot- en detailhandel, reparatie voertuigen (52,8%), andere diensten (52,3%) en industrie (48,3%).

    In de meeste sectoren lag het aandeel van de laaggeschoolden lager dan 20%. Uitzonderingen zijn de sectoren accommodatie en maaltijden (24,9%), vervoer en opslag (21,3%), administratieve en ondersteunende diensten (20,9%) en de bouwnijverheid (20,8%).

    In de grafiek zijn de 6 kleinste sectoren niet opgenomen.

  • In Vlaams Gewest meer werkenden in categorie ‘gezondheidszorg en welzijn’ dan EU-gemiddelde, minder in ‘industrie, bouw, energie en delfstoffen’

    Voor de vergelijking van het Vlaamse Gewest met de andere gewesten in België en de EU-landen werden de 21 sectoren geaggregeerd tot 6 grote categorieën.

    In 2020 was in het Vlaamse Gewest 23,4% van de werkenden actief in de categorie ‘industrie, bouw, energie en delfstoffen’. Dat is veel meer dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (11,7%) en iets meer dan in het Waalse Gewest (20,3%), maar lager dan het gemiddelde in de Europese Unie (EU27) (29,4%). Er bestaan grote verschillen tussen de EU-landen: Roemenië (48,7%) kende het hoogste percentage in deze categorie, Luxemburg (11,1%) het laagste.

    Het aandeel van de categorie ‘handel, vervoer, opslag en reparatie’ lag in het Vlaamse Gewest in 2020 op 18,8%, tegenover 15,4% in Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 15,7% in het Waalse Gewest en 18,6% in de Europese Unie. De verschillen tussen de EU-landen blijven hier beperkt. Litouwen en Griekenland (beide 24,0%) kenden het hoogste percentage in deze categorie, Luxemburg (13,2%) het laagste.

    De categorie ‘zakelijke en andere dienstverlening’ was in het Vlaamse Gewest goed voor 20,7% van de werkenden. Dat aandeel lag iets hoger dan in het Waalse Gewest (20,0%) maar veel lager dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (31,6%). Het Vlaamse Gewest scoorde iets hoger dan het EU-gemiddelde (20,3%). Er zijn grote verschillen tussen de EU-landen: Luxemburg (33,2%) had het hoogste aandeel voor deze categorie, Roemenië (11,2%) het laagste.

    In 2020 lag het aandeel van de categorie ‘gezondheidszorg en welzijn’ in het Vlaamse Gewest op 16,0%, iets hoger dan in het Waalse Gewest (15,3%) en beduidend hoger dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (10,5%) en in de Europese Unie (10,9%). Denemarken (19,1%) kende het hoogste aandeel voor deze categorie, Roemenië (5,1%) het laagste.

    De categorie ‘onderwijs, kunst en recreatie’ vertegenwoordigde in het Vlaamse Gewest 13,8% van de werkenden. Dat is iets minder dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (15,4%) en het Waalse Gewest (16,1%). De Vlaamse score lag iets hoger dan het EU-gemiddelde (13,3%). In Malta (20,9%) lag het aandeel van deze categorie het hoogst, in Roemenië (7,7%) het laagst.

    In het Vlaamse Gewest was in 2020 7,3% van de werkende bevolking actief in de categorie ‘overheid en sociale zekerheid’, tegenover 15,4% in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 12,5% in het Waalse Gewest en 7,5% in de Europese Unie. De verschillen tussen de EU-landen zijn niet zo groot. Luxemburg (18,3%) had veruit het hoogste aandeel voor deze categorie, gevolgd door Frankrijk (9,6%) en België (9,6%). Finland (5,0%) had het laagste aandeel.

Bronnen

Statbel: Arbeidsmarkt - EAK
Eurostat: Database

Definities

Economische sectoren: de economische sectoren worden ingedeeld op basis van de internationale classificatie NACE-2008.
Voor de vergelijking van het Vlaamse Gewest met de andere gewesten in België en de EU-landen worden de 21 sectoren van NACE-2008 geaggregeerd tot 6 grote categorieën.

 

 

Publicatiedatum

22 april 2021

Volgende update

april 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies