Vakantiearmoede

  • 15% van bevolking geeft aan niet op vakantie te kunnen

    In 2020 leefde 15% van de bevolking in het Vlaamse Gewest in een gezin dat aangeeft dat het zich geen week vakantie buitenshuis per jaar kan veroorloven om financiële redenen. Dat komt overeen met ongeveer 950.000 personen.

    De EU-SILC-enquête waarop deze cijfers gebaseerd zijn, werd in 2019 ingrijpend vernieuwd. Daardoor is voorzichtigheid geboden bij het maken van vergelijkingen met de resultaten van voorgaande jaren. Wel kan gesteld worden dat het aandeel personen met vakantiearmoede in de meest recente jaren iets lager ligt dan in de periode 2008-2016. 

  • Vakantiearmoede hoogst bij werklozen, huurders en eenoudergezinnen

    Bij een aantal groepen ligt het aandeel dat zich geen week vakantie kan veroorloven hoger dan gemiddeld. De hoogste aandelen waren in 2020 te vinden bij werklozen (50%), huurders (36%), personen in eenoudergezinnen (32%). Ook bij alleenstaanden (28%), laaggeschoolden (27%) en niet-actieven zonder gepensioneerden (25%) lag het aandeel met vakantiearmoede duidelijk hoger dan gemiddeld. 

  • Vakantiearmoede in Vlaams Gewest onder EU-gemiddelde

    Het aandeel personen in vakantiearmoede lag in 2019 ongeveer dubbel zo hoog in het Waalse Gewest (33%) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (28%) als in het Vlaamse Gewest (15%).

    Het aandeel personen in vakantiearmoede lag in 2019 in België iets lager dan het gemiddelde van de 27 landen van de Europese Unie (EU27) (28%). In Luxemburg en Zweden lag dat aandeel het laagst, in Roemenië, Griekenland en Kroatië het hoogst. 

Bronnen

Statbel: EU-SILC-survey
Eurostat: Database

Publicatiedatum

10 augustus 2021

Volgende update

augustus 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies