Verzurende emissie

  • Verzurende emissie tussen 2000 en 2019 gedaald met 54%

    Tussen 2000 en 2019 daalde de potentieel verzurende emissie in het Vlaamse Gewest van 12.741 tot 5.808 miljoen zuurequivalenten. Dat komt overeen met een daling van 54%. Het gaat om de som van de uitstoot van 3 verzurende stoffen: zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Die som wordt uitgedrukt in zuurequivalenten, waarbij het zuurvormende vermogen van elke stof in rekening wordt gebracht.

    De daling van de potentieel verzurende emissie tussen 2000 en 2019 is voor een groot deel te danken aan een aanzienlijke daling van de SO2-emissies (-82%). De NOx- en NH3-emissies daalden in dezelfde periode met respectievelijk 49% en 31%.

    In 2019 droegen NOx (45%) en NH3 (42%) het meeste bij aan de verzurende emissie. Het aandeel van SO2 was veel beperkter (13%).

  • Landbouw belangrijkste bron van verzurende emissie

    De landbouw was in 2019 veruit de belangrijkste bron van potentieel verzurende emissie (44%), gevolgd door transport (29%), industrie (15%) en energie (8%).

    De grootste afname tussen 2000 en 2019 was in de sector energie (-82%) en ook in de industrie was er een belangrijke daling (-57%). Beide sectoren stoten vooral NOx en SO2 uit en de afname was vooral een gevolg van emissiereducerende maatregelen.

    Ook in de sector transport was er een aanzienlijke afname (-52%). Hier gaat het vooral om de afname van de uitstoot van NOx door strengere emissienormen.

    De landbouw, met vooral uitstoot van NH3, noteerde een afname met 34% tussen 2000 en 2019. De uitstoot door de landbouw daalde voornamelijk tussen 2000 en 2008 (door bemestingsnormen, de afbouw van de veestapel, de lagere stikstofinhoud van het veevoeder, de emissiearme aanwending van dierlijke mest en de bouw van emissiearme stallen), bleef daarna min of meer stabiel en daalde vanaf 2017 opnieuw beperkt.

Bronnen

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM): Verzurende emissie

Definities

Potentieel verzurende emissiesom van de emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx(NO2)) en ammoniak (NH3). Deze som wordt uitgedrukt in zuurequivalenten (Zeq), waarbij het zuurvormende vermogen van elke stof in rekening wordt gebracht. De term ‘potentieel’ verzurende emissie wordt gebruikt omdat de actuele verzuring ook sterk afhangt van de processen die zich afspelen op het traject tussen emissie en depositie en van de diverse processen in de bodem en het (oppervlakte)water.

Publicatiedatum

28 september 2021

Volgende update

september 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies