Vroegtijdige schoolverlaters (op basis van administratieve data)

  • Ruim 12% verliet secundair onderwijs vroegtijdig

    In het schooljaar 2018-2019 verliet volgens de administratieve gegevens van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 12,1% van de leerlingen het secundair onderwijs zonder voldoende kwalificaties. Het gaat om schoolverlaters zonder kwalificatie met een beroepsfinaliteit of met een finaliteit van doorstroom naar het hoger onderwijs. Het percentage vroegtijdige schoolverlaters kende tussen de schooljaren 2009-2010 en 2014-2015 een dalend verloop. Daarna nam het percentage leerlingen dat het secundair onderwijs vroegtijdig verlaat opnieuw toe. Die toename is in het schooljaar 2018-2019 iets afgenomen.

  • Grote verschillen tussen de onderwijsvormen

    In het schooljaar 2018-2019 verliet in het algemeen secundair onderwijs (aso) 3,2% vroegtijdig de schoolbanken, in het technisch secundair onderwijs (tso) 8,8%. In het kunstsecundair onderwijs (kso) en het beroepssecundair onderwijs (bso) ging het om respectievelijk 13,9% en 17,8%. In het deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso) verliet 59,4% van de jongeren het onderwijs vroegtijdig.

     

  • Vroegtijdig schoolverlaten sterk gelinkt aan schoolse achterstand

    Slechts 1,3% van de jongeren zonder schoolse achterstand verliet de schoolbanken zonder diploma. Het feit dat jongeren in ons land tot 18 jaar leerplichtig zijn, speelt hier een belangrijke rol. Op die leeftijd zitten normaal vorderende jongeren in hun laatste jaar of hebben ze hun laatste jaar al afgerond.

    Bij jongeren met 1 jaar schoolse achterstand verliet 15,1% vroegtijdig de schoolbanken. De kans op vroegtijdig schoolverlaten neemt sterk toe met elk bijkomend jaar schoolse achterstand. Meer dan de helft van de jongeren met minstens 2 jaar schoolse achterstand verlieten het onderwijs zonder voldoende kwalificaties.

  • Meer jongens dan meisjes verlaten vroegtijdig de schoolbanken

    15,0% van de jongens verliet in 2018-2019 vroegtijdig de schoolbanken tegenover 9,1% van de meisjes. De kloof tussen jongens en meisjes groeide tussen 2015-2016 en 2017-2018, maar nam in weer 2018-2019 licht af.

  • Grote verschillen naar thuistaal en opleidingsniveau moeder

    Bij jongeren die thuis met geen enkel gezinslid Nederlands spreken, lag de kans op vroegtijdig schoolverlaten in 2018-2019 meer dan 3 keer zo hoog als bij jongeren die thuis uitsluitend Nederlands spreken (respectievelijk 26,1% en 7,6%).

    De verschillen naargelang het opleidingsniveau van de moeder waren nog sterker. Bij jongeren waarvan de moeder een diploma hoger onderwijs heeft, verliet 4,7% vroegtijdig de schoolbanken. Bij jongeren waarvan de moeder geen diploma lager onderwijs heeft, liep dat op tot 32,1%.

  • Jongeren in centrumsteden hogere kans op vroegtijdig schoolverlaten

    In het schooljaar 2018-2019 verlieten 18,4% van de jongeren die in de centrumsteden of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wonen vroegtijdig de schoolbanken. In Brugge (11,1%) en Roeselare (10,7%) lagen die percentages duidelijk lager. In de grotere steden Antwerpen en Brussel liepen de percentages op tot meer dan 20%. In Brussel hebben de cijfers enkel betrekking op de leerlingen in het Nederlandstalig onderwijs.

    De verschillen tussen de steden vallen voor een groot stuk samen met verschillen in de leerlingenpopulatie. Steden als Antwerpen, Brussel en Gent hebben relatief grote aandelen leerlingen met een kansarm profiel.

  • Aandeel vroegtijdige schoolverlaters buiten centrumsteden iets onder 10%

    In de niet-centrumsteden bedroeg het percentage vroegtijdige schoolverlaters in 2018-2019 gemiddeld 9,8%. Buiten de centrumsteden lag het aandeel vroegtijdige schoolverlaters het hoogst in Elsene, Sint-Gillis, Sint-Agatha-Berchem, Koekelberg en Evere.

Bronnen

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming:

Publicatiedatum

30 maart 2021

Volgende update

maart 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies