Vruchtbaarheid

  • Gemiddeld 1,55 kinderen per vrouw

    In 2020 werden er 62.798 kinderen geboren waarvan de moeder woont in het Vlaamse Gewest. Dat zijn er ruim 10% minder dan in het topjaar 2010. Het gaat telkens om het aantal geboorten bij de wettelijke bevolking.

    De daling van het aantal geboorten tussen 2010 en 2020 weerspiegelt zich in een daling van het totale vruchtbaarheidscijfer (TVC). Dat is een samenvattende maat die aangeeft hoeveel kinderen een vrouw gemiddeld zal krijgen als het voor dat jaar waargenomen vruchtbaarheidscijfer per leeftijd (tussen 15 en 49 jaar) van toepassing zou zijn.

    Het totale vruchtbaarheidscijfer daalde van 1,81 in 2010 naar 1,55 in 2020. Dat komt overeen met een daling van 14%.

  • Moeders gemiddeld 30,4 jaar bij geboorte kind

    Tussen 2010 en 2020 daalde het vruchtbaarheidscijfer bij vrouwen tussen 20 en 30 jaar, terwijl het na de leeftijd van 35 jaar licht toenam. De gemiddelde moederschapsleeftijd steeg dan ook: van 29,7 jaar in 2010 naar 30,4 jaar in 2020.

  • Hogere vruchtbaarheid bij vrouwen met buitenlandse nationaliteit

    Vrouwen met een buitenlandse nationaliteit krijgen gemiddeld bijna een kind meer in vergelijking met vrouwen met de Belgische nationaliteit. Het totale vruchtbaarheidscijfer lag in 2020 op 2,32 bij buitenlandse vrouwen en op 1,43 bij Belgische vrouwen.

    Nadere opsplitsing toont aan dat de totale vruchtbaarheid hoger ligt bij zowel vrouwen met een EU-nationaliteit als bij vrouwen met een nationaliteit van buiten de EU. Vooral de groep vrouwen met de nationaliteit van buiten de EU laten een vrij hoog totaal vruchtbaarheidspeil optekenen.

    Vergeleken met 2010 is de totale vruchtbaarheid in 2020 opmerkelijk gedaald bij de Belgische vrouwen: van gemiddeld 1,72 naar 1,43 kinderen per vrouw. Dat laatste aantal ligt beneden de drempel van 1,5, wat beschouwd kan worden als een "zeer lage totale vruchtbaarheid".

    Ook bij de groep vrouwen met een nationaliteit van buiten de EU wordt een aanzienlijke daling vastgesteld tussen 2010 en 2020: van 3,51 naar 2,80 kinderen per vrouw. Maar dat resulteert nog niet in een lage totale vruchtbaarheid. 

  • Hoogste vruchtbaarheid in arrondissement Halle-Vilvoorde

    Het totale vruchtbaarheidscijfer voor de periode 2019-2020 varieert tussen de 22 Vlaamse arrondissementen, met waarden tussen 1,43 en 1,73.

    De hoogste waarde is voor het arrondissement Halle-Vilvoorde (1,73), gevolgd door de arrondissementen Kortrijk (1,71) en Antwerpen (1,68). De laagste waarde is voor het arrondissement Leuven (1,43). Ook voor de arrondissementen Brugge, Hasselt en Gent worden waarden lager dan 1,45 genoteerd. 

  • Vruchtbaarheid in Vlaams Gewest iets boven EU-gemiddelde

    Het totale vruchtbaarheidscijfer voor de gewoonlijk verblijvende bevolking van het Vlaamse Gewest lag in 2019 op gemiddeld 1,57 kinderen per vrouw. Voor het Waalse Gewest was die waarde een beetje hoger (1,61). In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest lag die waarde nog iets hoger (1,70).

    Binnen de Europese Unie (EU) situeren België (1,60) en het Vlaamse Gewest (1,57) zich in dit opzicht in het midden, met waarden licht boven het algemene gemiddelde voor de EU27-landen (1,53). Koploper is Frankrijk (1,86), op merkbare afstand gevolgd door Roemenië (1,77). Bijzonder lage waarden (lager dan 1,40) worden opgetekend voor Luxemburg en de zuidelijke EU-lidstaten. Vrouwen in Italië, Spanje en Malta hadden in 2019 een totaal vruchtbaarheidscijfer van minder dan 1,3. 

Bronnen

Eurostat: Database

Statbel: Bevolking

Statistiek Vlaanderen: Loop van de bevolking

Definities

Totale vruchtbaarheidscijfer (TVC): som van het vruchtbaarheidscijfer per leeftijd over alle vruchtbare leeftijden (in de regel van 15 tot en met 49 jaar). De uitkomst kan begrepen worden als het aantal kinderen dat een vrouw in haar vruchtbare levensjaren zou krijgen als ze op elke leeftijd onder het vruchtbaarheidscijfer van het beschouwde jaar zou leven.

Vruchtbaarheidscijfer per leeftijd: de verhouding tussen het aantal levendgeborenen in het observatiejaar bij vrouwen van een bepaalde leeftijd en het (gemiddelde) aantal vrouwen van die leeftijd. Vruchtbaarheid in demografische zin verwijst naar het feitelijk gerealiseerde aantal geboorten per vrouw. Er wordt hier enkel rekening gehouden met het aantal levendgeborenen bij vrouwen uit de wettelijke bevolking met een officiële woonplaats (hoofdverblijfplaats) in het Vlaamse Gewest.

Wettelijke bevolking (naar Belgisch recht): de in het Rijksregister ingeschreven bevolking zoals gepubliceerd door het Belgische statistiekbureau Statbel. Het gaat om inwoners met een recht op permanent verblijf of vestiging in België of met een recht op tijdelijk verblijf (>3 maanden) in het land. De personen ingeschreven in het wachtregister voor asielzoekers (tegenwoordig verzoekers om internationale bescherming) worden hierin niet meegeteld.

Gewoonlijk verblijvende bevolking ('usually resident population' volgens de Europese Verordening (EG) nr. 862/2007): de bevolking die zijn gewone verblijfplaats heeft in het land zoals gepubliceerd door het Europese statistiekbureau Eurostat. Personen ingeschreven in het wachtregister voor asielzoekers (tegenwoordig verzoekers om internationale bescherming) worden hierin deels meegeteld (naargelang de verblijfsduur).

Zeer lage periode totale vruchtbaarheid: De totale vruchtbaarheid wordt traditioneel ingedeeld in enkele klassen met vaste drempelwaarden. Een vruchtbaarheid kleiner dan 1,5 wordt daarbij bestempeld als “very low period total fertility.

Publicatiedatum

10 september 2021

Volgende update

september 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies