Land- en tuinbouwbedrijven

  • Vlaams Gewest telt ruim 23.000 land- en tuinbouwbedrijven

    Het Vlaamse Gewest telde in 2020 23.225 land- en tuinbouwbedrijven, waarvan 77% met een beroepsmatig karakter. Dat laatste wil zeggen: met een standaardopbrengst van minstens 25.000 euro. Het aantal land- en tuinbouwbedrijven is ten opzichte van 2005 met ongeveer één derde teruggelopen.

     

  • Gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf met bijna helft gestegen

    Tussen 2005 en 2020 is de gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf met bijna de helft gestegen: van 18,3 hectare in 2005 tot 26,9 hectare in 2020. Dat geeft aan dat vooral kleinere bedrijven stoppen, wat leidt tot een voortdurende schaalvergroting.

    Ook de evolutie van de gemiddelde veebezetting per bedrijf wijst op een schaalvergroting. Het gemiddeld aantal grootvee-eenheden per bedrijf en de gemiddelde grootte van de veestapel per gespecialiseerd rundvee-, varkens- en pluimveebedrijf stegen tussen 2005 en 2020 continu.

     

  • Gemiddelde oppervlakte landbouwbedrijf hoogst in Vlaams-Brabant en Limburg

    De gemiddelde oppervlakte per landbouwbedrijf ligt het hoogst in de gemeenten van de provincies Vlaams-Brabant en Limburg en het laagst in West- en Oost-Vlaanderen.

  • Aantal biobedrijven stijgt fors sinds 2010

    Eind 2020 waren er in het Vlaamse Gewest 593 biologische landbouwbedrijven actief, inclusief de bedrijven in omschakeling. Dat is een toename met 31 biobedrijven tegenover 2019. Tussen 2005 en 2020 is het aantal biobedrijven met 151% gestegen.

    De biobedrijven bewerkten eind 2020 samen 9.124 hectare, waarvan 6.982 hectare biologisch areaal en 2.142 hectare areaal in omschakeling. Dat is een toename van 5% tegenover 2019. Eind 2020 bewerkten de biobedrijven ongeveer 1,5% van het volledige landbouwareaal.

  • Aandeel biobedrijven hoogst in Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg

    Het aandeel biologische landbouwbedrijven in het totaal aantal land- en tuinbouwbedrijven ligt het hoogst in de gemeenten van de provincies Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg.

Bronnen

Definities

Grootvee-eenheid (GVE): een landbouwkundige omrekeningsfactor. Elk rund ouder dan 2 jaar en een fokpaard ouder dan 6 maanden komt overeen met 1 GVE, een rund van 6 maanden tot 2 jaar is 0,6 GVE, fokzeugen 0,3 GVE, mestvarkens 0,143 GVE, schapen en geiten zijn 0,15 GVE, leghennen 0,009 GVE en slachtkippen 0,003 GVE.

Standaardopbrengst: de geldwaarde van de bruto landbouwproductie per eenheid tegen prijzen af boerderij en exclusief BTW. Er wordt geen rekening gehouden met subsidies. Ook specifieke kosten (zoals zaad, meststoffen, bestrijdingsmiddelen, voeders en energie) worden niet afgetrokken.

Bedrijven in omschakeling: om van een gangbaar bedrijf een biologisch bedrijf te maken, moet de boer 'omschakelen'. Als de boer de bioregels volgt en de controleorganisatie hem een certificaat uitreikt, is de boer na 1 jaar gecertificeerd ‘in omschakeling naar bio’. Na 2 jaar (eenjarige gewassen als bijvoorbeeld groenten) of 3 jaar (meerjarige gewassen als bijvoorbeeld pitfruit) krijgt de boer dan het officiële biocertificaat van de controleorganisatie en mag hij zijn product als biologisch verkopen.

Publicatiedatum

7 oktober 2021

Volgende update

oktober 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies