Tewerkstelling in hoogtechnologische sectoren

  • 9% van werkenden actief in hoogtechnologische sectoren

    In 2020 was 8,8% van het totaal aantal werkenden in het Vlaamse Gewest actief in  hoogtechnologische sectoren. Dat aandeel daalde tussen 2008 en 2015. In 2016 en 2017 nam het opnieuw iets toe. Sindsdien bleef het min of meer stabiel. 

    Het aandeel tewerkgesteld in hoogtechnologische sectoren ligt beduidend hoger bij mannen (12,9%) dan bij vrouwen (4,2%). Vanaf 2015 was er een toename van het aandeel bij mannen, terwijl het aandeel bij vrouwen constant bleef. 

  • High-tech diensten winnen aan belang

    De hoogtechnologische sector bestaat uit 2 hoofdsectoren: high-tech diensten en (medium) high-tech industrie. Het aandeel van de high-tech diensten in de totale tewerkstelling (3,9%) lag in 2020 lager dan het aandeel van de (medium) high-tech industrie (4,9%). Maar het aandeel van de dienstencomponent nam over de jaren wel geleidelijk toe. Het omgekeerde is het geval voor de (medium) high-tech industrie, zodat beide aandelen convergeren. 

    Zowel het aandeel van de industrie als van de diensten is bij mannen (respectievelijk 7,3% en 5,6%) hoger dan bij vrouwen (telkens 2,1%). Zowel bij mannen als bij vrouwen nam tussen 2008 en 2020 het belang van de industriële component af en dat van de dienstencomponent toe. 

  • Vlaamse hoogtechnologische tewerkstelling lager dan EU-gemiddelde

    In 2020 noteerde het Vlaamse Gewest binnen België het hoogste aandeel tewerkstelling in hoogtechnologische sectoren (8,8%). In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ging het om 7,8%, in het Waalse Gewest om 7,1%. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest lag het aandeel van de high-tech diensten (5,5%) relatief hoog in vergelijking met de andere gewesten (3,9% in het Vlaamse en 2,9% in het Waalse Gewest).

    De EU27 kende in 2020 een aandeel tewerkstelling in hoogtechnologische sectoren van 9,6%, wat hoger ligt dan het Vlaamse Gewest. Het aandeel lag vrij hoog in een aantal Oost-Europese lidstaten. Tsjechië noteerde het hoogste aandeel (15,0%). Ook Duitsland scoorde relatief hoog (14,0%). Deze landen danken hun positie aan een hoge industriële component. België (8,2%) en de overige buurlanden hebben een lager cijfer dan het EU27-gemiddelde. In Griekenland en Cyprus lag het aandeel het laagst (4,1% en 3,6%). 

Definities

Hoogtechnologische sectoren:  bedrijfstakken die relatief veel onderzoek en ontwikkeling uitvoeren. Er is een industriële en een dienstencomponent binnen de hoogtechnologische sectoren: de (medium) high-tech industrie en de high-tech diensten.
(Medium) high-tech industrie: chemie, farmacie, productie van elektronische en informaticaproducten en van elektrische apparatuur, productie van machines, apparaten en werktuigen en van transportmiddelen.
High-tech diensten: productie van films, televisie- en radioprogramma’s, telecommunicatie, ontwerpen van computerprogramma’s en -consultancy, wetenschappelijk onderzoek.
 

Publicatiedatum

23 september 2021

Volgende update

september 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies